Welke pompoen gebruik je?
Meestal gebruik ik een reguliere ronde, oranje pompoen uit de supermarkt.
Met dit pompoencake recept bak je een heerlijke smeuïge cake met warme kruiden, perfect voor de herfst. Je kunt kiezen voor een tulband bakvorm, maar ook een reguliere cakevorm werkt prima.
Ik maak deze cake graag in de vorm van een pompoen tulband:
Pompoencake wordt veel gemaakt in de herfst omdat pompoen dan in het seizoen is. Maar eerlijk? Een pompoencake is zo lekker dat je ‘m het hele jaar door wil eten.
Het is een kruidige cake waarin pompoenpuree wordt verwerkt. De puree zorgt ervoor dat de cake lekker smeuïg is en de pumpkin spice-kruiden doen de rest.
Het beslag voor deze pompoencake is zo gemaakt. Het roosteren van de pompoen kost relatief de meeste tijd, maar dat is gemakkelijk voor te bereiden.
BAKTIP: Voor deze pompoencake gebruik ik graag een tulbandvorm met duidelijke groeven. Vet de vorm goed in met bakspray en bestuif met bloem. Zo laat de cake na het bakken makkelijker los en blijven de vormen mooi zichtbaar.
Een pompoencake blijft lekker zacht en smeuïg, ook als je hem bewaart. Verpak de cake goed, zodat hij niet uitdroogt.
Je kunt pompoencake 4 tot 5 dagen bewaren. Verpak de cake goed in folie en bewaar hem buiten de koelkast, op een donkere en niet te warme plek.
Luchtdicht verpakt kun je pompoencake maximaal 3 maanden invriezen.
Heb je smaak van het bakken met pompoen te pakken? Dat kan ik begrijpen! Pompoen is super veelzijdig, dat is wel te zien aan deze lekkere recepten met pompoen:
Met ruim 150 recepten is dit dé Laura’s Bakery bakbijbel die iedere thuisbakker in huis wil hebben. Je leert de basis van het bakken aan de hand van 40 basisrecepten, met op elk basisrecept twee zalige variaties. Ook de nodige baktips komen aan bod en je wordt voorzien van de lekkerste recepten voor vullingen en toppings.
Meestal gebruik ik een reguliere ronde, oranje pompoen uit de supermarkt.
Ja, dat kan.
Ja, dit kun je bijvoorbeeld door speculaaskruiden vervangen.
Deze specifieke tulband bakvorm komt uit mijn bakproducten collectie, die in februari 2026 in de winkel lag.
Dat kan absoluut. Dit recept is afgestemd op een inhoudsmaat van 2,4 tot 2,8 liter. Deze tulband bakvormen vind ik altijd erg prettig werken en zijn van goede kwaliteit.
Ja, dit kan, maar dan moet je het recept wel omrekenen naar die inhoudsmaat. Dat komt er ongeveer op neer dat je tweederde van de ingrediënten nodig hebt voor een reguliere cakevorm.
Het bakseizoen gaat bijna beginnen en deze nieuwe Laura’s Bakery bakproductencollectie gaat daarbij perfect van pas komen! Vanaf volgende week dinsdag ligt deze collectie bij Kruidvat in de winkel en ik vertel je er alles over.
In deze nieuwe collectie vind je een ideale combinatie tussen supertoffe bakvormen, handige bakproducten en tafel accessoires, allemaal in het thema van de herfst. Op de speciale bakproducten pagina vind je een helder overzicht van alle losse producten, met bij elk product bijpassende recept inspiratie zodat je direct met jouw nieuwe bakspullen aan de slag kan.
De herfst is een van mijn favoriete seizoenen. Niet alleen omdat dit hét moment is om lekker aan de bak te gaan, maar ik vind alle gekleurde bladeren, paddenstoelen en pompoenen gewoon ontzettend gezellig. Herkenbaar? Dan is deze collectie ook echt wat voor jou.
Met de luxe bakvorm in deze collectie kun je cakejes bakken in de vorm van 6 kleine pompoentjes. Erg leuk voor daadwerkelijk pompoencakebeslag, maar eerlijk gezegd wordt elk cakerecept hierin een plaatje. Ga je de pompoen cakejes serveren? Leg dan eerst even het herfstige afneembare tafelkleed op tafel en leg de goudkleurige vorkjes en lepeltjes met pompoentjes aan het steeltje maar vast klaar.
Koekenbakkers kunnen hun hart ophalen met deze collectie. Met de unieke koekuitstekers set kun je een herfstig 3D koek-tafereeltje maken, dat je uiteindelijk ook lekker kunt opeten.
Nog zo’n leuke koekjesvorm is de speculaasmal, waarmee je speculaasjes in de vorm van eekhoorntjes en huisjes bakt. En wat dacht je van de chocolade biscuit set? Vanaf nu maak je die heerlijke biscuitjes met een laagje chocolade gewoon zelf!
Ook zitten er weer enkele praktische items in de collectie die bij trouwe volgers wellicht bekend zijn, maar elke keer direct uitverkopen. Dit is onder andere de universele maatlepel set, het smeltpannetje en de kleine springvorm van Ø 12 cm: perfect voor kleine taartjes.
Het laatste item is ook een heel populair product uit vorige collecties: de siliconen granola mal. Hierin maak je jouw eigen snackrepen of andere lekkernijen.
Na het succes begin dit jaar hebben we ook nu weer een blik met spuitmondjes en adapter. De spuitmondjes in deze set zijn een slagje groter dan die uit het vorige blik en onder andere perfect om toeven mee te spuiten. De spuitzakken zijn natuurlijk ook weer beschikbaar.
Je vindt de nieuwe Laura’s Bakery bakproducten vanaf dinsdag 8 september in de winkels bij Kruidvat Nederland, België volgt 2 weken later. Kleine tip van mij: houd vooral het Kruidvat filiaal bij jou in de buurt in de gaten, want soms liggen de producten al eerder in de schappen. En wees er snel bij, want op is ook écht op.
Ik zet alle producten van de Laura’s Bakery bakproductencollectie bij Kruidvat september 2026 voor je op een rij:
De in bovenstaand rijtje dik gedrukte producten zijn vanaf dinsdag 22 september verkrijgbaar bij Kruidvat België. Ook hier geldt: op = op!
Per wanneer zijn de producten verkrijgbaar?
De folder gaat dinsdag 8 september in, maar houd ook de winkel bij jou in de buurt in de gaten. Het kan soms zijn dat het al wat eerder in de schappen ligt.
Zijn de Laura’s Bakery bakproducten ook in België verkrijgbaar?
Ja, een deel van de producten is in België verkrijgbaar. Zie hiervoor de dikgedrukte producten onder bovenstaande kop “Laura’s Bakery bakproducten september 2026”. In België zijn de producten vanaf 22 september verkrijgbaar.
Zijn de producten ook online verkrijgbaar?
Nee, de producten zijn niet online verkrijgbaar bij Kruidvat.
Worden de producten aangevuld als het is uitverkocht?
Nee, voor alle producten geldt op is ook echt op. Dus wees er snel bij.
Zijn de producten BPA-vrij en PFAS-vrij?
Alle producten zijn hierop getest en goedgekeurd volgens de Europese regels.
Kunnen de producten in de vaatwasser?
Dit verschilt per product en staat op de verpakking van de producten zelf vermeld.
Ik ben ontzettend benieuwd naar alle prachtige baksels die met deze nieuwe bakproducten gemaakt gaan worden. Ga lekker aan de slag en deel vooral je creaties, ik vind het altijd ontzettend leuk om te zien wat jullie maken.
Wat is het verschil tussen meel en bloem? Het is een vraag die veel thuisbakkers hebben. In recepten wordt bijna altijd bloem gebruikt, terwijl meel net zo bekend is. Toch zijn ze niet hetzelfde. In dit artikel leg ik je precies uit wat het verschil tussen meel en bloem is en wanneer je welke gebruikt.
Het verschil tussen meel en bloem zit in de manier waarop de graankorrel wordt verwerkt.
Meel is een volledig gemalen graankorrel. Alle onderdelen blijven behouden: de zemel, de kiem en de meelkern.
Bloem is meel dat gezeefd is, waarbij de zemelen en kiemen zijn verwijderd. Hierdoor ontstaat een duidelijk verschil in structuur, voedingswaarde en hoe het zich gedraagt in een recept.
Meel is een gemalen graansoort waarbij de hele korrel wordt gebruikt.
Doordat de zemelen en kiemen behouden blijven, is meel grover van structuur en bevat het meer voedingsstoffen en vezels. Dit maakt meel een voedzame keuze.
Je ziet meel vooral terug in volkoren producten, zoals volkoren brood. In de praktijk wordt met tarwemeel, speltmeel en roggemeel meestal volkorenmeel bedoeld.
Bloem is fijner en lichter dan meel.
Het ontstaat door meel te zeven, waarbij de zemelen en kiemen worden verwijderd. Wat overblijft is een zachte, witte en fijne structuur.
Omdat bloem minder zwaar is, kan deeg beter rijzen. Daarom wordt bloem het meest gebruikt in bakrecepten, zoals cakes, koekjes en wit brood.
Deze bakbijbel met ruim 150 recepten wil iedere thuisbakker in huis hebben. Ga aan de slag met een van de 40 basisrecepten, elk met twee variaties. Het zijn zowel tijdloze klassiekers als veel spiksplinternieuwe recepten. Daarnaast bevat dit boek recepten voor vullingen en toppings, maar ook handige baktips en bewaaradviezen zoals je van mij gewend bent.
In de meeste bakrecepten wordt bloem gebruikt. Dit zorgt voor een luchtig en zacht eindresultaat.
Meel geeft baksels vaak een steviger en compacter resultaat. Dat is ideaal voor bijvoorbeeld volkorenbrood, maar minder geschikt voor luchtige cakes.
Wil je het beste van beide? Dan kun je meel en bloem ook combineren in één recept.
Er zijn veel soorten meel en bloem, afhankelijk van het graan waarvan ze gemaakt worden. De meest bekende is tarwe, maar er zijn ook andere varianten. Ik noem een paar die het meest bekend zijn:
Van veel graansoorten kun je zowel meel als bloem maken.
Bloem geeft in veel recepten een luchtiger en fijner bakresultaat. Doordat bloem fijner is en minder zemeldelen bevat, krijgt het baksel vaak een luchtigere structuur. Daarom wordt bloem veel gebruikt voor cakes, koekjes en witbrood.
Gebruik je meel in plaats van bloem, dan wordt het baksel vaak zwaarder en minder luchtig.
Wil je meer leren over bakken? Neem dan eens een kijkje in de categorie met handige baktips! Ik deel hier vast een paar populaire baktips met je:
Ja, dat kan. Houd er wel rekening mee dat je baksel steviger en minder luchtig wordt.
Dat is mogelijk, maar het resultaat verandert. Soms is een combinatie van beide een betere keuze.
Meel bevat meer vezels en voedingsstoffen, omdat de hele graankorrel wordt gebruikt.
Voor wit brood heb je bloem nodig. Meel bevat meer zemeldelen en geeft daardoor een steviger en donkerder brood.
Ik wil afsluiten met een stukje informatie over volkoren meel, dat is namelijk niet altijd exact hetzelfde als meel. Het verschil tussen meel en volkoren meel zit vooral in de samenstelling van het meel.
Officieel betekent volkoren dat alle gebruikte graankorrels volledig zijn verwerkt. Alle onderdelen (de zemel, kiem en meelkern) zijn volledig aanwezig. Volkoren meel is dus altijd gemaakt van de complete korrel en bevat daardoor veel vezels en voedingsstoffen.
De term meel is iets minder strikt. In de praktijk wordt meel vaak gebruikt als verzamelnaam voor gemalen graan, maar dit is niet altijd automatisch 100% volkoren. Soms kan meel (licht) gezeefd zijn of een andere samenstelling hebben, afhankelijk van de soort en producent.
Tarwemeel is niet automatisch volkoren. Alleen wanneer er volkoren tarwemeel of volkorentarwemeel staat, is de volledige graankorrel gebruikt.
Deze gehaktballetjes uit de oven zijn heerlijk als borrelhapje, bijgerecht of onderdeel van een makkelijke lunch. Je mengt alle ingrediënten, draait kleine gehaktballetjes en daarna doet de oven vrijwel al het werk.
Zo maak je eenvoudig sappige, goudbruine gehaktballetjes die ook nog eens perfect zijn om te bewaren, in te vriezen of later op te warmen.
Gehaktballetjes uit de oven zijn een makkelijk alternatief voor gehaktballetjes uit de koekenpan. In plaats van bakken in boter of olie garen ze rustig in de oven, waardoor je nauwelijks omkijken hebt naar de bereiding.
Dat maakt ze ideaal als je een grotere hoeveelheid wilt maken voor een borrel, etentje of om alvast vooruit te koken. Je kunt de gehaktballetjes serveren als borrelhapje met een lekkere dipsaus, als onderdeel van een tapasplank of als bijgerecht bij aardappeltjes, groenten of een frisse salade. Ook koud of opnieuw opgewarmd zijn ze verrassend lekker.
TIP: Wist je dat ik ook een recept heb voor heerlijke klassieke gehaktballen met jus?
Ik heb dit recept thuis inmiddels al meerdere keren gemaakt. Het is een heerlijk makkelijk recept dat perfect is om te mealpreppen. Als ze eenmaal in de oven staan, heb je er geen omkijken naar en ik kan ze gebruiken voor maaltijden, maar ook voor de lunch of als borrelhapje.
Zo heb ik de gehaktballetjes al gebruikt:
Je hebt niet veel nodig en kunt zelfs prima variëren met dit recept zonder dat je al te grote aanpassingen moet maken. Ik loop het per ingrediënt even met je door.
Met ruim 150 recepten organiseer jij voortaan borrels waar iedereen op afkomt. De recepten zijn opgedeeld in verschillende hoofdstukken zodat je makkelijk kunt kiezen tussen borrelhapjes die je met of zonder oven maakt. De sauzen, spreads en dips zijn natuurlijk ook van de partij in hun eigen hoofdstuk.
Deze gehaktballetjes zijn ideaal om vooruit te maken. Laat ze eerst volledig afkoelen en bewaar ze daarna goed afgedekt.
In een afgesloten bakje blijven de gehaktballetjes 2 tot 3 dagen goed in de koelkast.
Ja, dat kan heel goed. Laat de gehaktballetjes volledig afkoelen en vries ze luchtdicht verpakt in. In de vriezer blijven ze ongeveer 3 maanden goed. Laat ze voor gebruik rustig ontdooien in de koelkast.
Je kunt de gehaktballetjes op verschillende manieren opwarmen. Verwarm ze ongeveer 8 tot 10 minuten in een oven van 180 °C of warm een kleine portie op in de magnetron.
Wil je de buitenkant iets krokanter maken? Verwarm ze dan nog een paar minuten in een droge koekenpan.
TIP: Ik gebruik graag deze glazen vershouddoos die met deksel in de magnetron kan. Dankzij het deksel met stoomventiel drogen ze niet uit wanneer je ze opwarmt in de magnetron.
Sommige maak je in de oven, andere gaan in de pan. Wat deze gehaktballetjes gemeen hebben, is dat ze allemaal superlekker zijn! Allemaal perfect voor bij een borrel en ze zijn ook hartstikke lekker als onderdeel van de maaltijd.
Zoek je nog meer inspiratie? Bekijk dan ook alle gehakt recepten op Laura’s Bakery.
Vrijwel iedere soort gehakt is geschikt. Denk aan mager rundergehakt, half-om-half gehakt, varkensgehakt of kipgehakt. De bereiding blijft hetzelfde. Ik heb zelf mager rundergehakt gebruikt.
Ja, dat kan prima. Leg de gehaktballetjes met wat ruimte ertussen in het mandje van de airfryer en bak ze ongeveer 10 tot 12 minuten op 180 °C. Schud het mandje halverwege even of draai de gehaktballetjes om, zodat ze gelijkmatig goudbruin worden. De exacte baktijd hangt af van de grootte van de gehaktballetjes en het type airfryer.
Gebruik niet te veel paneermeel en bak de gehaktballetjes niet langer dan nodig. Ze zijn gaar zodra ze mooi goudbruin zijn van buiten en de binnenkant niet meer roze is. Laat ze daarna nog een paar minuten rusten voordat je ze serveert.
Zeker. Voeg bijvoorbeeld paprikapoeder, Italiaanse kruiden of wat geraspte Parmezaanse kaas toe voor een andere smaak.
Ja hoor, dat kan zeker. Je kunt de olijfolie vervangen door een bakspray of helemaal weglaten.
Gezonde tussendoortjes zijn ideaal om achter de hand te hebben voor school, werk of onderweg. En met gezond bedoel ik vooral gezondere tussendoortjes die je zelf maakt, vaak met ingrediënten zoals fruit, havermout, volkorenmeel, noten of minder suiker.
Van muffins en koekjes tot repen en bananenbrood: stuk voor stuk lekkere recepten voor gezonde tussendoortjes tussen de maaltijden door.
Zelf je gezonde tussendoortjes maken is niet moeilijk en vaak ook nog eens heel handig. Je weet precies wat erin gaat en kunt recepten aanpassen naar wat jij lekker vindt of in huis hebt.
Ik bak zelf graag een voorraadje vooruit. Denk aan een heel bananenbrood dat je in plakjes snijdt of muffins die je per stuk invriest. Zo hoef je op drukke dagen alleen nog maar iets uit de vriezer te pakken.
De gezonde tussendoortjes uit dit lijstje zijn bij mij favoriet omdat ze zo praktisch zijn voor elke dag:
Of je nu iets zoekt voor in de broodtrommel, je tas of voor onderweg: met deze recepten zit je goed. De tussendoortjes zijn ingedeeld per categorie: van koekjes en muffins tot repen en bananenbrood.
Koekjes en eierkoeken kun je ook in een gezondere variant maken. Met havermout of fruit bak je iets lekkers dat goed past bij een kop thee, maar ook ideaal is voor een tussendoortje in de broodtrommel.
Muffins zijn ideaal als tussendoortje, omdat ze al per stuk gebakken zijn. Deze varianten zijn net wat voedzamer door ingrediënten als havermout, volkorenmeel en fruit.
Bananenbrood is een van mijn favoriete gezonde tussendoortjes om vooruit te bakken en in porties te snijden. Een plak neem je makkelijk mee naar school of werk, en de muffin variant is al direct in handige porties.
Repen zijn misschien wel de makkelijkste tussendoortjes voor onderweg. Ze passen goed in je tas en zijn lekker stevig en vullend door het gebruik van havermout, noten, dadels of fruit.
Soms heb je zin in iets wat net even meer vult dan een koekje of een muffin. Deze broodjes eet je zo uit de hand, terwijl de crackers juist lekker zijn met gezond beleg.
Een plak cake of ontbijtkoek kan ook prima als gezonder tussendoortje. Zeker als je kiest voor volkorenmeel, fruit of minder suiker en het baksel in porties snijdt.
Voor school, werk en onderweg zijn tussendoortjes handig die je makkelijk kunt verpakken en meenemen. Denk aan muffins, repen, koekjes, mueslibollen of plakjes bananenbrood.
Voor kinderen zijn kleine porties vaak fijn en is het handig als een tussendoortje goed in de broodtrommel past. Een plak bananenbrood is dan soms handiger dan een bananenbrood muffin. Voor werk kies ik zelf graag iets dat wat langer vult, zoals een mueslireep of een mueslibol.
Let bij recepten wel even op allergieën of afspraken die op school gelden. Soms is het beter om noten of pindakaas te vermijden en sommige scholen hebben duidelijke regels over tussendoortjes.
Deze bakbijbel met ruim 150 recepten wil iedere thuisbakker in huis hebben. Ga aan de slag met een van de 40 basisrecepten, elk met twee variaties. Het zijn zowel tijdloze klassiekers als veel spiksplinternieuwe recepten. Daarnaast bevat dit boek recepten voor vullingen en toppings, maar ook handige baktips en bewaaradviezen zoals je van mij gewend bent.
Veel gezonde tussendoortjes kun je prima vooraf maken. Dat maakt ze ideaal voor meal preppen: bak bijvoorbeeld een bananenbrood, snijd het in plakjes en vries de porties los in. Zo heb je op drukke dagen altijd iets klaar voor school, werk of onderweg.
Ook muffins, repen en broodjes zijn handig om per stuk te verpakken. Koekjes en crackers bewaar je liever luchtdicht in een voorraaddoos, zodat ze lekker van structuur blijven.
Dat verschilt per recept en soort tussendoortje. Over het algemeen blijven koekjes en crackers vaak wat langer goed dan muffins, cake of bananenbrood. Kijk voor de exacte bewaaradviezen bij het losse recept zelf.
Veel gezonde tussendoortjes kun je prima invriezen. Vooral plakken cake of bananenbrood, muffins, en repen zijn daar heel geschikt voor.
Verpak de tussendoortjes per stuk, zodat je ze makkelijk per portie uit de vriezer haalt. Stop je een tussendoortje ’s ochtends bevroren in je tas, dan is het meestal later op de dag ontdooid en klaar om te eten.
Met gezonde tussendoortjes bedoel ik in dit artikel vooral gezondere zelfgemaakte tussendoortjes. Denk aan recepten met fruit, havermout, volkorenmeel, noten of minder suiker dan in de klassiekere baksels.
Dat betekent niet dat elk recept automatisch voor iedereen gezond is. Zie het vooral als lekkere, net wat bewustere keuzes voor tussen de maaltijden door.
Niet alle tussendoortjes uit dit overzicht zijn suikervrij. Sommige recepten bevatten geen geraffineerde suiker, maar kunnen nog wel gezoet zijn met fruit of honing.
Kijk daarom altijd even bij het losse recept als je bewust minder suiker wil gebruiken of helemaal suikervrij wil bakken.
Ja, sommige tussendoortjes zijn ook erg lekker als ontbijt of bij de lunch. Denk bij het ontbijt aan een plak bananenbrood, volkoren ontbijtkoek of havermout muffin met wat yoghurt of kwark en fruit.
Voor bij de lunch zijn mueslibollen, crackers of een plak volkoren cake geschikt. Combineer ze met wat fruit of gezond beleg en je hebt een vullende lunch.
Tussendoortjes met havermout, volkorenmeel, noten, pindakaas of banaan vullen vaak goed. Denk bijvoorbeeld aan bananenbrood met havermout, mueslirepen, havermout muffins of mueslibollen.
Een vullend tussendoortje is vooral handig voor een drukke dag, na school, op je werk of na het sporten.
Op Laura’s Bakery vind je nog veel meer recepten voor tussendoortjes. Zoek je vooral gezondere of minder zoete inspiratie? Kijk dan ook eens bij de categorie minder zoet.
Aioli maken is verrassend makkelijk en snel gedaan. Met een paar simpele ingrediënten en 5 minuten van je tijd zet je in no-time een heerlijk schaaltje zelfgemaakte aioli op tafel. Perfect voor bij de borrel, een barbecue of gewoon met wat vers brood.
Aioli is een klassieke saus uit het Middellandse Zeegebied en betekent letterlijk ‘knoflook en olie’. Oorspronkelijk werd het gemaakt door knoflook en olie te vijzelen tot een romige saus.
Tegenwoordig kiezen veel mensen voor een snellere variant met mayonaise als basis. Net zo lekker, maar een stuk makkelijker om zelf te maken. Ik voeg zelf graag ook citroen toe voor een frisse variant.
Als je weleens aioli hebt geproefd, hoef ik je waarschijnlijk niet te overtuigen, maar voor de twijfelaars deel ik graag waarom ik zo dol ben op zelfgemaakte aioli:
Zelf aioli maken is ideaal als je snel iets lekkers op tafel wil zetten. Deze variant is heerlijk romig, met een frisse twist door het citroensap. Dat is precies wat deze aioli voor mij net wat lekkerder maakt.
Dit recept komt uit Het Borrelhapjes Bakboek, waar nog veel meer makkelijke en lekkere recepten in staan voor gezellige borrelmomenten! Deze aioli is daar een fijn basisrecept uit.
Ik zei het al: je hebt maar weinig nodig voor deze makkelijke aioli.
Met ruim 150 recepten organiseer jij voortaan borrels waar iedereen op afkomt. De recepten zijn opgedeeld in verschillende hoofdstukken zodat je makkelijk kunt kiezen tussen borrelhapjes die je met of zonder oven maakt. Van bladerdeeghapjes en quiches tot gehaktballetjes en spiesjes. De sauzen, dips en spreads komen ook ruim aan bod!
Wil je je barbecue verder aanvullen naast deze aioli? Combineer hem bijvoorbeeld met deze recepten:
Nog meer inspiratie voor een complete barbecue? Bekijk dan ook eens alle barbecue recepten op Laura’s Bakery.
Zelfgemaakte aioli blijft in een afgesloten bakje in de koelkast ongeveer week goed.
Ja hoor, dat kan tot 3 maanden. Houd er rekening mee dat de structuur kan veranderen en de saus kan schiften na het ontdooien. Roer dan weer even goed door.
Gebruik minder knoflook of voeg meer mayonaise toe. Je zou ook wat (Griekse) yoghurt of kwark kunnen toevoegen. Dat maakt het niet alleen milder, maar ook frisser van smaak.
Jazeker. Dat is een ingrediënt dat je in klassieke aioli ook niet terugvindt. Ik vind het zelf een lekkere toevoeging die de saus goed in balans brengt.
Een milde olijfolie die niet te overheersend is. Maar vooral: een olie die je lekker vindt!
Jazeker! Voeg meer knoflook toe of kies voor een snufje chilipoeder.
Kun je bloem vervangen door zelfrijzend bakmeel? En is dat andersom dan ook mogelijk? Het is een vraag die bijna elke thuisbakker wel eens heeft gehad. Gelukkig hoef je in veel gevallen niet direct naar de supermarkt, want met een paar simpele aanpassingen kom je een heel eind.
Dus het korte antwoord: ja, dat kan! Ik vertel je hoe het werkt, wat de verhoudingen zijn en waar je op moet letten.
Bloem en zelfrijzend bakmeel lijken op elkaar, maar er is één belangrijk verschil. Zelfrijzend bakmeel bevat namelijk al een rijsmiddel omdat er bakpoeder aan is toegevoegd.
Het verschil in het kort:
Dit verschil is belangrijk en bepaalt of je ze kunt vervangen in een recept.
Heb je geen zelfrijzend bakmeel in huis? Dan kun je dit gelukkig heel makkelijk oplossen.
Zelfrijzend bakmeel bestaat simpelweg uit bloem met bakpoeder. Door deze twee te combineren, maak je het dus zelf.
Gebruik deze verhouding:
Roer dit goed door elkaar en je hebt direct een vervanger.
Bloem vervangen door zelfrijzend bakmeel is iets minder vanzelfsprekend. Dat komt doordat zelfrijzend bakmeel al een rijzende werking heeft.
Je kunt bloem vervangen door zelfrijzend bakmeel als er al bakpoeder in het recept zit. Waar je wel op moet letten zijn de verhoudingen. Daar vertel ik straks nog meer over.
Staat er geen rijsmiddel in het recept? Dan is vervangen meestal geen goed idee. Je gerecht kan dan te luchtig of juist uit verhouding raken.
Deze bakbijbel met ruim 150 recepten wil iedere thuisbakker in huis hebben. Ga aan de slag met een van de 40 basisrecepten, elk met twee variaties. Het zijn zowel tijdloze klassiekers als veel spiksplinternieuwe recepten. Daarnaast bevat dit boek recepten voor vullingen en toppings, maar ook handige baktips en bewaaradviezen zoals je van mij gewend bent.
Zelfrijzend bakmeel bestaat voor ongeveer 3% uit bakpoeder. Dat betekent dat je soms nog moet bijsturen. Een voorbeeld:
Als dit in het recept staat:
Dan vervang je dit door:
Omdat er al 6 gram bakpoeder in zelfrijzend bakmeel zit (3% van 200 gram), voeg je nog 4 gram toe om zo op de 10 gram te komen die al in het recept stond.
Wil je meer leren over bakken? Kijk dan zeker eens in de categorie met handige baktips. Ik zet vast een paar populaire baktips op een rij:
Bak je graag zuurdesembrood en weet je niet goed wat je moet doen met het overblijfsel dat je hebt na het voeren van je zuurdesemstarter? Daar maak je heel eenvoudig zuurdesem crackers van! Dit is mijn favoriete zuurdesem discard recept, gemaakt met het restje zuurdesemstarter dat je overhoudt na het voeren.
Dit is het makkelijkste en lekkerste cracker recept dat ik ooit heb gemaakt. Dat ik ze elke 1 à 2 weken weer opnieuw maak, zegt genoeg. Ben jij ook druk in de weer met je zuurdesemstarter, dan weet ik zeker dat je blij gaat zijn met dit recept:
Discard kun je in het Nederlands vertalen naar overblijfsel. En dat is eigenlijk ook precies wat het is. Op het moment dat je je zuurdesemstarter gaat voeren, haal je een deel van de starter uit de pot dat je niet nodig hebt.
Dat heet zuurdesem discard en dat kun je weggooien, maar ik gebruik het liever voor discard recepten.
Wanneer je net begint met je zuurdesemstarter, zul je veel ‘discard’ over hebben. In de eerste dagen van een nieuwe starter kun je daar nog niet zoveel mee, maar na enkele dagen kun je het al prima gebruiken.
Dit overblijfsel is sneller geschikt voor discard recepten dan voor brood, omdat bij discard recepten over het algemeen minder rijzing nodig is.
In de basis heb je maar heel weinig nodig voor deze crackers. In principe is alleen de discard al voldoende, al vind ik zelf dat je met de toevoeging van olijfolie en een (flinke) snuf zout betere en lekkerdere resultaten krijgt. Dit is hoe ik ze graag maak:
Ik zei het al even: dit recept is uitermate geschikt om mee te variëren. Het makkelijkst is om andere kruiden te gebruiken of van toppings te wisselen.
Twee van mijn favoriete variaties die je ook op de foto’s terugziet:
Deze zelfgemaakte crackers blijven verrassend lang goed, al moet ik zeggen dat ze hier ook vaak verrassend snel op zijn.
In een luchtdicht afgesloten bakje blijven deze crackers minimaal 2 maanden goed. Als je andere toevoegingen gebruikt in het recept, kan dit invloed hebben op de houdbaarheid.
Ja, dat kan prima. Als je ze in een luchtdichte verpakking doet, kun je ze tot 3 maanden bewaren in de vriezer. Omdat ze buiten de vriezer al lang houdbaar zijn, doe ik dit zelf nooit.
Deze bakbijbel met ruim 150 recepten wil iedere thuisbakker in huis hebben. Ga aan de slag met een van de 40 basisrecepten, elk met twee variaties. Het zijn zowel tijdloze klassiekers als veel spiksplinternieuwe recepten. Daarnaast bevat dit boek recepten voor vullingen en toppings, maar ook handige baktips en bewaaradviezen zoals je van mij gewend bent.
Ik gebruik een combinatie van roggemeel en roggebloem voor mijn zuurdesemstarter. Dat bevat meer vezels, waardoor de crackers ook donkerder zijn dan wanneer je tarwebloem zou gebruiken voor je starter.
Goed uitsmeren is belangrijk! Zorg voor een gelijke dikte van ongeveer 3 mm. Zowel in het midden als aan de randen. Ik gebruik het liefst een spatel met hoek, dat werkt het fijnst met het gelijkmatig uitsmeren.
Pas het recept gerust aan op de hoeveelheden die jij hebt. Omdat je het uitsmeert op een plaat maakt de hoeveelheid niet veel uit. Let erop dat je het blijft uitsmeren tot 3 mm dikte.
Ik heb meestal zo rond de 350 gram discard wanneer ik crackers maak en daar is het recept op gebaseerd. Bij (veel) meer of minder starter kunnen de baktijden iets afwijken, houd dat goed in de gaten.
Dat kan, al is je resultaat wel iets anders. Je zou de olijfolie ook kunnen vervangen door gesmolten roomboter.
Beide kan in dit geval. Hoe actief je discard is, heeft voor dit recept nauwelijks tot geen effect. Een inactieve starter geeft wel meer van die klassieke zuurdesemsmaak dan een actieve starter.
Om te beginnen: zuurdesem discard bewaar je in de koelkast in een luchtdicht afgesloten bak. Bewaar het hier maximaal 1 tot 2 weken voor het beste resultaat in smaak.
Zorg dat je bak groot genoeg is. Discard rijst altijd nog wat, ook in de koelkast, en is sterk genoeg om de deksel van je bakje af te werpen.
Dan hebben ze nog niet lang genoeg in de oven gestaan, of is het beslag te dik of ongelijkmatig uitgesmeerd. Zorg voor een gelijke dikte van ongeveer 3 mm en bak de crackers tot ze bijna helemaal knapperig zijn.
Als een paar stukjes nog wat zachter zijn, worden die vaak tijdens het afkoelen alsnog knapperig. Blijven sommige crackers zacht? Bak ze dan nog een paar minuten langer.
Deze zuurdesem crackers zijn van zichzelf al heerlijk, maar met een lekkere dip maak je er echt iets bijzonders van. Perfect voor bij de borrel, een soepje of gewoon als snack tussendoor.
Denk bijvoorbeeld aan een romige kruidenboter, een zelfgemaakte eiersalade of lekkere pesto. Door te variëren met smaken kun je deze knapperige crackers steeds weer anders serveren:
Vooral die zelfgemaakte eiersalade is hier favoriet en staat regelmatig op tafel bij deze crackers.
Het is weer kersentijd! Oftewel: de tijd dat de lekkerste verse kersen van Hollandse bodem verkrijgbaar zijn. Kersen zijn heerlijk om te verwerken in baksels, dus heb ik mijn favoriete recepten met kersen voor je verzameld.
Alle recepten in dit artikel kun je met verse kersen maken. In sommige gevallen kun je kersen uit pot of blik gebruiken, maar het allerlekkerst is natuurlijk om vers fruit te gebruiken. En wist je dat je heel makkelijk zelf kersenvlaaivulling kunt maken?
In Nederland zijn kersen van half juni tot en met augustus goed verkrijgbaar. Als je ze koopt, let er dan op dat de steeltjes er nog aan zitten en dat ze glanzen en mooi gaaf zijn.
Verder is het goed om te weten dat je verse kersen 1 tot 2 dagen kunt bewaren op kamertemperatuur en 3 tot 5 dagen in de koelkast.
Toegegeven: kersen ontpitten is niet het allerleukste werk. Ik heb gelukkig een tip voor je, want met een kersenontpitter gaat dit heel makkelijk! Het blijft even een klusje, maar wel een stuk aangenamer.
Je kunt de kersen ook ontpitten met een mesje of rietje. Zorg er altijd voor dat je dit boven een wasbak doet met een schort om, want het kan flink spetteren.
Benieuwd naar meer recepten met kersen op Laura’s Bakery? Neem dan eens een kijkje tussen alle kersen recepten.
Met ruim 150 recepten is dit dé Laura’s Bakery bakbijbel die iedere thuisbakker in huis wil hebben. Je leert de basis van het bakken aan de hand van 40 basisrecepten, met op elk basisrecept twee zalige variaties. Ook de nodige baktips komen aan bod en je wordt voorzien van de lekkerste recepten voor vullingen en toppings.
Je kunt kersen op veel manieren in recepten verwerken. Van kersen desserts tot kersentaarten en cake met kersen. Ik ben benieuwd met welk kersen recept jij aan de bak gaat.
Ik kan er niet omheen: kersen en MonChou zijn nu eenmaal een ongelofelijk goede combinatie. Ze tillen menig ontbijtrecept naar het volgende niveau, zoals de chocolade wafels met kersen of warme flensjes.
Als je denkt aan kersen, denk je al snel aan twee klassiekers in de categorie kersentaarten. Dat zijn natuurlijk de MonChou taart en de kersenvlaai. Beide zijn favoriet bij velen.
Kersen kun je geweldig lekker in een cake verwerken. Met gewone kersen bakte ik al eens een chocoladecake en een prachtige cake in een ronde bakvorm. Maar ook met amarena kersen, ingelegde Italiaanse kersen op siroop, kun je een heerlijke cake met kersen maken.
Naast cake en taart zijn er nog veel meer lekkere baksels te bedenken. De MonChou soesjes met kersen zijn simpelweg grandioos, maar ook de warme kersen crumble is altijd een schot in de roos.
Misschien wel de makkelijkste recepten uit deze verzameling zijn de desserts met kersen. Van een gegrilde cake met slagroom en kersen tot een MonChou toetje met kersen of een frisse panna cotta. De perfecte afsluiting van een zomerse dag!
Ja, de pitten zijn namelijk niet eetbaar. Ontpit de kersen daarom altijd voordat je ze in een recept verwerkt.
Ik gebruik altijd deze kersenontpitter, ontzettend handig.
Dat verschilt per recept en meestal staat dit in de receptuur of in de begeleidende blogtekst vermeld.
Houd er bij het gebruik van diepvries kersen rekening mee dat je deze altijd eerst laat ontdooien en uitlekken.
In principe niet, maar het heeft wel invloed op de smaak. Proef altijd of de kersen zoet of zuur zijn en bepaal vervolgens of dit je lekker lijkt in het recept. Bij het gebruik van zure kersen kun je ook wat extra suiker toevoegen.
Als er een specifieke soort kers nodig is voor het recept, dan staat dit in de receptkaart vermeld.
Ja, kersen zijn goed te combineren met bijvoorbeeld blauwe bessen, frambozen, aardbeien en perzik.
Meestal wel, maar dit staat altijd in het betreffende recept vermeld.
Een zuurdesemstarter maken kost vooral tijd, niet veel werk. Met meel, water en een beetje geduld maak je in ongeveer één tot twee weken je eigen natuurlijke starter.
Mijn eerste starter had geen lang leven, maar tijdens mijn tweede poging hield ik alles bij: wat ik zag, welke fouten ik maakte en wat uiteindelijk wél werkte. Die ervaringen heb ik verwerkt in deze uitgebreide handleiding.
Omdat er zoveel te vertellen is over het maken van een starter, heb ik een handige inhoudsopgave voor je gemaakt. Zo kun je makkelijk klikken naar het onderdeel waar je meer over wilt weten.
In het kort: een zuurdesemstarter is een mengsel van meel en water waarin van nature aanwezige gisten en melkzuurbacteriën zich ontwikkelen. Deze natuurlijke gisten zorgen ervoor dat je brood kan rijzen, waardoor je geen droge gist of verse gist meer nodig hebt.
Het mooie is dat je hiervoor maar twee ingrediënten nodig hebt: meel en water. De rest doet de natuur. Iedere dag geef je de starter nieuwe voeding en langzaam groeit er een actieve cultuur waarmee je de lekkerste zuurdesembroden kunt bakken.
Gemiddeld duurt het ongeveer één tot twee weken voordat een starter sterk genoeg is om mee te bakken. Bij de één gaat dat sneller, bij de ander juist wat langzamer. Dat heeft onder andere te maken met de temperatuur, het gebruikte meel en simpelweg een beetje geluk.
En misschien wel het belangrijkste om vooraf te weten: een zuurdesemstarter laat zich niet haasten. Geduld is echt een onderdeel van het recept.
Voordat je enthousiast meel en water gaat mengen, wil ik je eerst een paar dingen meegeven die mij onderweg ontzettend hebben geholpen.
PS: veel mensen geven hun starter een naam. Die van mij heet, als liefhebber van (true)crimeseries en -films, Jane Dough. Vertel me vooral hoe jouw starter heet!
Het mooie van een zuurdesemstarter is dat je verrassend weinig nodig hebt. Dat maakt het ook makkelijk om te beginnen.
Ingrediënten
Verdere benodigdheden
Er bestaan ook handige zuurdesem kits waar alle benodigdheden in zitten. Deze zuurdesemstarter set heeft onder andere een glazen pot met temperatuursticker, dat vond ik zelf erg fijn bij het maken van mijn starter.
Als je gelijk alles in huis wilt hebben voor het maken van het zuurdesembrood, is dit een fijne starterset voor zuurdesembrood.
TIP: Tijdens de wintermaanden bleek een warmhoudplaatje voor mij echt een uitkomst. Mijn keuken was simpelweg te koud om de starter goed op gang te houden. Sindsdien haal ik dat plaatje iedere winter weer tevoorschijn. Het is geen must overigens, zo’n plaatje maakt het proces vooral wat sneller.
Ik heb zelf roggemeel gebruikt voor het maken van mijn starter en ben daar later roggebloem aan toe gaan voegen. Vandaag de dag gebruik ik die twee nog steeds voor het voeren van mijn starter. Meestal een combinatie van de twee, maar soms ook alleen roggebloem.
In principe zou je ook met tarwebloem een starter kunnen maken, al zal het dan langer duren. Volkorenmeel is dan al een betere optie. Toch raad ik roggemeel (en/of roggebloem) aan. Hier zitten meer voedingsstoffen in waardoor een starter sneller op gang komt.
Roggemeel: bevat veel voedingsstoffen, waardoor een starter vaak snel actief wordt. Een starter met alleen roggemeel blijft soms wat compacter, maar dat is heel normaal.
Roggebloem: werkt vergelijkbaar met roggemeel en is daarom een goede keuze voor een zuurdesemstarter. Een starter met roggebloem wordt vaak wat luchtiger dan een starter met alleen roggemeel.
Tarwebloem: ook geschikt voor een zuurdesemstarter, al duurt het vaak iets langer voordat deze goed op gang komt omdat er minder voedingsstoffen inzitten.
Volkorenmeel: bevat veel voedingsstoffen, waardoor een starter meestal snel actief wordt. Hoewel rogge vaak nog iets sneller resultaat geeft, is volkorenmeel een uitstekend alternatief als je liever geen rogge gebruikt.
Mijn voorkeur: zelf voer ik mijn starter meestal met een combinatie van roggemeel en roggebloem. Roggemeel houdt mijn starter mooi actief, terwijl roggebloem vaak voor een wat luchtigere structuur met kleinere luchtbelletjes zorgt. Daarom gebruik ik meestal iets meer roggebloem dan roggemeel.
Deze bakbijbel met ruim 150 recepten wil iedere thuisbakker in huis hebben. Ga aan de slag met een van de 40 basisrecepten, elk met twee variaties. Het zijn zowel tijdloze klassiekers als veel spiksplinternieuwe recepten. Daarnaast bevat dit boek recepten voor vullingen en toppings, maar ook handige baktips en bewaaradviezen zoals je van mij gewend bent.
Temperatuur is heel belangrijk bij zuurdesem. Zowel bij het maken van een starter als bij het bakken van brood heeft het invloed op hoeveel tijd een starter of deeg nodig heeft.
Ik begon mijn starter in de winter. Overdag was mijn keuken 19-20 °C, maar ’s nachts zakte de temperatuur naar ongeveer 15 °C. Ook dan kun je prima een starter maken, maar het proces duurt vaak wat langer. Uiteindelijk ben ik mijn starter op een warmhoudplaatje gaan zetten en merkte ik dat hij zich sneller ontwikkelde.
Mijn ervaring is:
Tip: Heb je geen warme plek in huis? Leg dan losjes een theedoek over de pot. Dat helpt vaak al om de temperatuur iets stabieler te houden. Mijn ultieme tip is een warmhoudplaatje. Die gebruik ik in de winter nog steeds als het in huis erg koud is.
Geen enkele zuurdesemstarter ontwikkelt zich precies hetzelfde. De één is na een week klaar om mee te bakken, terwijl een andere starter er twee of zelfs drie weken over doet. Zie de fases hieronder daarom vooral als houvast.
Als je starter eenmaal sterk genoeg is om mee te bakken, zijn er een paar punten waar je op moet letten. Je starter is klaar als hij:
Met bovenstaande omschrijving is je starter (ongeveer) op zijn hoogtepunt en klaar om te bakken. Je kunt vaak ook al prima bakken als je starter daar bijna is.
Is je starter al een beetje ingezakt? Dan is hij over zijn hoogtepunt heen. Je kunt er vaak nog prima mee bakken, maar voor de meest voorspelbare resultaten gebruik ik hem zelf het liefst op of vlak vóór zijn hoogtepunt.
TIP: Veel mensen gebruiken de drijftest. Daarbij laat je een klein lepeltje starter in een glas water vallen. Blijft hij drijven, dan is dat een teken dat de starter voldoende lucht bevat. Persoonlijk gebruik ik die test eigenlijk nooit en vertrouw ik vooral op het gedrag van mijn starter. Na verloop van tijd leer je hem vanzelf kennen.
Om je een nog beter idee te geven heb ik mijn starter gefotografeerd van vlak na het voeren tot hij klaar was om te bakken. Jouw starter zal zich misschien niet exact hetzelfde gedragen qua tijden, dat hangt af van onder andere de temperatuur.
Als je een voerschema hebt van elke 24 uur voeren, voer je op het moment dat je starter hongerig is en niet meer zo actief. Dat is niet het moment om te gaan bakken.
Na een 1:1:1 voeding is mijn eigen starter ongeveer na 3-5 uur (afhankelijk van de temperatuur in huis) op zijn hoogtepunt en klaar om mee te bakken.
Uiteindelijk leer je je starter beter kennen en kun je je starter prima in andere verhoudingen voeren om zo beter te plannen wanneer je starter op zijn hoogtepunt is. Zo voer ik mijn starter vaak in de avond om te zorgen dat hij ’s ochtends vroeg klaar is om mee te bakken.
TIP: Heb je een deel van je starter afgewogen voor een broodrecept? Laat de rest dan in de pot zitten en voer hem weer zodra hij hongerig is. Meestal is dat ongeveer 24 uur na de vorige voeding.
Om je een idee te geven van wat de verhoudingen doen:
Zie deze tijden vooral als een richtlijn. De temperatuur in huis, de kracht van je starter en de gebruikte meelsoort hebben allemaal invloed op hoe snel je starter actief wordt. Naarmate je vaker bakt, leer je steeds beter herkennen wanneer jouw starter klaar is om mee te bakken.
In het begin voer je je starter dagelijks, maar als het eenmaal een sterke starter is, wordt het makkelijker.
Ik bewaar mijn starter afgedekt in de koelkast en geef hem ongeveer één keer per 2-3 weken nieuwe voeding als ik weer iets wil bakken. Dan haal ik hem één of twee dagen van tevoren uit de koelkast, voed ik hem opnieuw en wacht ik tot hij weer mooi actief is.
Ik zet mijn starter in de koelkast als hij na een voeding goed actief is, maar nog nét niet zijn hoogtepunt heeft bereikt. Zo gaat hij sterk de koelkast in en blijft hij mooi actief.
Tijdens het voeren verwijder je steeds een deel van de starter voordat je de rest opnieuw voedt. Het deel dat je niet opnieuw voert, noemen we discard.
Tijdens de eerste dagen van een nieuwe starter kun je de discard het beste weggooien. De starter is dan nog niet stabiel genoeg om ermee te bakken. Daarna is er voldoende activiteit en kun je de discard goed bewaren. Doe het in een bakje en zet het in de koelkast.
Je kunt het gebruiken in allerlei recepten. Mijn favoriet is zuurdesemcrackers. Maar je kunt er ook wafels, pancakes en nog veel meer mee bakken.
Bewaar discard ongeveer één tot twee weken in een afgesloten bakje in de koelkast.
Ik vind het niet erg om wat discard te hebben na een paar dagen voeren, omdat ik graag mijn crackers maak. Maar je kunt ook prima plannen om te zorgen dat je zo min mogelijk discard hebt.
Heb je 100 gram actieve starter nodig voor een recept? Voer dan bijvoorbeeld 40 gram starter met 40 gram water en 40 gram meel (1:1:1). Zo heb je in totaal 120 gram starter: 100 gram voor je recept en 20 gram om opnieuw te voeren of in de koelkast te bewaren voor een volgende keer.
Je hebt verrassend weinig starter nodig om opnieuw te voeren. Ik heb mijn starter weleens gevoerd terwijl er nog maar ongeveer een theelepel in de pot zat. Met een verhouding van 1:10:10 groeide hij zonder problemen weer uit tot een mooie hoeveelheid.
Nee, dit is vaak een teken dat je starter honger heeft. Geef hem opnieuw voeding en houd hetzelfde schema aan.
Controleer eerst de temperatuur. Een koude omgeving is een van de meest voorkomende oorzaken van een langzaam werkende starter.
Blijf daarnaast consequent voeren en geef hem vooral de tijd. Sommige starters hebben nu eenmaal twee tot drie weken nodig voordat ze sterk genoeg zijn.
Dat betekent meestal dat hij zijn voeding heeft opgebruikt. Dit is een normaal onderdeel van het fermentatieproces.
Roze, oranje, groene of andere opvallende verkleuringen en pluizige schimmel betekenen helaas dat je de starter moet weggooien.
Een grijze, bruine of bijna zwarte vloeistof bovenop een starter die langere tijd in de koelkast heeft gestaan, is meestal geen schimmel. Dit wordt hooch genoemd en is een teken dat je starter honger heeft. Je kunt de vloeistof afgieten of erdoor roeren en de starter daarna opnieuw voeren.
Ook kan er na lange tijd een donker, uitgedroogd vel ontstaan. Verwijder dit laagje en controleer de starter eronder goed. Zie je gekleurde strepen, pluizige groei of ruikt de starter bedorven, gooi hem dan voor de zekerheid helemaal weg.
Geen paniek, in de meeste gevallen kun je hem gewoon weer oppakken door opnieuw volgens je normale schema te voeren.
Misschien wel de belangrijkste les die ik heb geleerd, is dat een zuurdesemstarter veel sterker is dan je denkt. Laat je dus niet uit het veld slaan als hij een keer minder actief is of zich anders gedraagt dan verwacht. Met geduld, regelmaat en de juiste voeding komt een gezonde starter meestal vanzelf weer op gang.
Als je starter klaar is, kun je aan de slag met dit recept voor zuurdesembrood.
Voeg aan de 50 gram starter 50 gram roggemeel en 50 gram water toe en roer goed door. Nu voer je met een 1:1:1 verhouding.
TIP: voer elke dag rond dezelfde tijd, kies een tijdstip dat voor jou handig is.
Zin in verkoeling op een warme dag? Deze zelfgemaakte citroen ijsjes zijn fris, zuur en zoet tegelijk en zijn daarom onweerstaanbaar lekker. Met dit makkelijke recept maak je met maar drie ingrediënten de lekkerste citroen waterijsjes.
Waterijsjes zijn de perfecte manier om lekker af te koelen tijdens de warme zomermaanden. Deze frisse citroen ijsjes heb je zo gemaakt en zijn waarschijnlijk ook snel weer op!
Het fijne aan citroen ijsjes maken is dat het eigenlijk niet kan mislukken. Je maakt eerst een simpele suikersiroop en daar voeg je vers citroensap aan toe. Klaar ben je!
Je kunt naar smaak spelen met de hoeveelheid water en citroensap. De een houdt van een iets zuurder ijsje dan de ander. De verhoudingen in het recept zijn getest door een uitgebreid testpanel van verschillende leeftijden. 😉
Er zijn twee goede trucs om zoveel mogelijk sap uit je citroen te krijgen. De eerste truc is om de citroen over het aanrecht te rollen tot de schil soepel aanvoelt. Daardoor laat de citroen meer sap los.
De tweede truc is heel praktisch: gebruik een goede pers. Ik vind deze handpers onmisbaar in de keuken.
BAKTIP: De ijsjesvorm die ik voor deze ijsjes gebruik is afkomstig uit mijn meest recente Laura’s Bakery bakproductencollectie, maar de ijsjes kunnen in elke ijslollyvorm gemaakt worden.
Zelfgemaakte ijsjes zijn ideaal om op voorraad te hebben in de vriezer.
Luchtdicht verpakt blijven de ijsjes maximaal drie maanden goed in de vriezer.
Als de citroen waterijsjes zes uur na het maken volledig zijn bevroren, kun je ze uit de vorm halen (zodat je de vorm opnieuw kunt gebruiken). Je kunt de ijsjes bij elkaar in een diepvrieszak bewaren of per stuk in boterhamzakjes verpakken.
Waterijsjes met fruit zijn vaak verrassend makkelijk om te maken. Dat is reden genoeg om er lekker veel te maken en de vriezer vol te hebben als de zomer begint. Deze recepten voor fruitijsjes zijn het proberen waard:
In mijn verzameling ijs & drankjes recepten is nog veel meer verkoelende inspiratie te vinden.
Met ruim 150 recepten is dit dé Laura’s Bakery bakbijbel die iedere thuisbakker in huis wil hebben. Je leert de basis van het bakken aan de hand van 40 basisrecepten, met op elk basisrecept twee zalige variaties. Ook de nodige baktips komen aan bod en je wordt voorzien van de lekkerste recepten voor vullingen en toppings.
Ja, dat kan absoluut. Houd er wel rekening mee dat je een stuk meer limoenen nodig hebt voor 200 ml sap.
Met deze twee trucjes krijg je meer sap uit je citroenen:
Het witte gedeelte van de citroenschil is erg bitter. Als je de citroenen uitperst met een elektrische pers, zorg er dan voor dat je de pers niet te lang laat doordraaien op de schil.
Hier kun je mee experimenteren, maar door minder suiker te gebruiken worden de ijsjes wat harder en ijziger van structuur.
Dit makkelijke recept voor kersen crumble is alles wat je nodig hebt voor je etentjes deze zomer. Maak de knapperige kruimellaag en warme kersenvulling af met een bolletje ijs!
Crumble is zo’n tijdloze klassieker waar je eindeloos mee kunt blijven variëren. Door seizoensfruit te gebruiken, kun je het elke maand maken en toch steeds weer een ander toetje eten.
Het maken van een goede kersen crumble draait om balans. De warme kersenvulling moet sappig zijn, maar niet te nat. Daarom voeg je maïzena toe voor binding.
Aan het kruimeldeeg heb ik fijngehakte hazelnoten toegevoegd voor extra knapperigheid. Dat geeft niet alleen een lekkere structuur, maar ook een heerlijke smaak.
BAKTIP: Mocht het ontpitten je tegenhouden om verse kersen te gebruiken: met een kersenontpitter gaat dit heel makkelijk! Je kunt kersen ook ontpitten met een mesje of rietje. Zorg er altijd voor dat je dit boven de wasbak doet met een schort om, want het kan spetteren.
Crumble is perfect om in grotere hoeveelheden te bereiden. Het is het allerlekkerst om direct uit de oven te eten, maar het laat zich ook goed bewaren.
Dek de crumble af met folie en bewaar maximaal 3 dagen in de koelkast. Warm de crumble het liefst weer even op voordat je het opnieuw serveert.
Luchtdicht afgesloten kun je de crumble tot 3 maanden invriezen. Door het ontdooien zal de crumblelaag knapperigheid verliezen. Warm je de crumble opnieuw op, dan wordt de kruimellaag weer wat knapperiger.
Verwarm de crumble ongeveer 10 minuten in een voorverwarmde oven op 180 °C (boven- en onderwarmte).
Een warme crumble uit de oven valt eigenlijk altijd in de smaak. Met verschillende soorten fruit kun je eindeloos variëren. Probeer bijvoorbeeld eens een van deze crumble recepten:
Met ruim 150 recepten is dit dé Laura’s Bakery bakbijbel die iedere thuisbakker in huis wil hebben. Je leert de basis van het bakken aan de hand van 40 basisrecepten, met op elk basisrecept twee zalige variaties. Ook de nodige baktips komen aan bod en je wordt voorzien van de lekkerste recepten voor vullingen en toppings.
Ik heb verse kersen gebruikt en je kunt alle kersenrassen gebruiken. De ene soort is iets zoeter of zuurder dan de andere.
Ik gebruik deze ovenschaal van ongeveer 20 x 20 cm. Je kunt deze crumble ook in zes losse ramekins maken.
Dat kan zeker. Het is zowel koud als warm erg lekker. Ik warm het zelf altijd graag op, zeker als het uit de koelkast komt. Door de crumble opnieuw op te warmen, wordt de kruimellaag weer wat knapperiger.
Zeker! Ik raad aan om de crumble alvast te bakken als je het een dag eerder wil voorbereiden. Warm het vlak voor het serveren weer even op en schep er eventueel een bolletje ijs bij. Heerlijk!