Doe de bloem, gist, suiker en zout in een kom. Voeg hier de boter, ei en melk aan toe. Kneed tot een zacht en soepel deeg dat niet meer plakkerig is.
Dek het deeg af en laat het ongeveer een uur rijzen, tot het in volume verdubbeld is.
Druk de lucht uit het deeg en kneed tot een gladde bal. Gebruik 2/3 van het deeg voor de bodem en houd de rest apart voor het raster.
Rol twee derde van de bal deeg uit tot het in de vorm past. Bekleed de vorm met het deeg. Laat het overhangende deeg nog even zitten. Prik gaatjes in de bodem en laat deze afgedekt zo’n 15 minuten rusten.
Maak van het overige deeg een dunne lap in een ovale vorm. Maak met een ruitenroller een rasterpatroon in het deeg en trek het voorzichtig uit elkaar.
Pak de vlaaibodem erbij en strooi wat paneermeel op de bodem. Verdeel de vlaaivulling over de bodem. Zorg dat je hem niet tot de rand vult met de vlaaivulling.
Leg het raster over de deegroller, zo kan je iets rustiger bepalen hoe je hem over de taart heen legt. Rol vervolgens met de deegroller over de vlaaivorm, zo snijd je het overtollig deeg af.
Bestrijk het raster met het overgebleven geklopte ei en strooi er kristalsuiker of rietsuiker overheen. Bak de aardbeienvlaai in 25-30 minuten op 190 °C (boven- en onderwarmte).
Tips
Mocht je weinig aardbeien in de vulling uit blik hebben, kun je zelf nog wat extra aardbeien toevoegen.
Deze aardbeienvlaai is lekker zoet. Als je hem iets minder zoet wil hebben, kun je minder vlaaivulling gebruiken en een laagje banketbakkersroom op de bodem verdelen.
Bewaren
Luchtdicht verpakt 2-3 dagen te bewaren in de koelkast.