watermeloen-munt-ijsjes-1a

Dit artikel schreef ik twee weken geleden toen het buiten (en bij mij in huis) 30 graden was. Ik ben gek op de zomer en het bijbehorende zonnetje hoor, maar dat hele warme benauwde weer is niet helemaal mijn ding. IJsjes daarentegen dan weer wel, dus daar heb ik er die warme dag een paar van gegeten. Het moet natuurlijk wel aangenaam blijven 😉 . Deze watermeloen-munt ijsjes zijn heerlijk verfrissend en perfect voor zo’n warme dag. Watermeloen doet het dan sowieso goed, maar in combinatie met wat citroensap en munt op een stokje uit de vriezer kun je zo’n zomerse dag prima aan.

watermeloen-munt-ijsjes-2a

Watermeloen-munt ijsjes

Deze heerlijke watermeloen-munt ijsjes helpen jou een warme zomerse dag door te komen. Maar als het buiten niet zo warm is zijn ze erg lekker hoor.
Porties: 8 ijsjes

Ingrediënten

  • 500 gram watermeloen
  • sap van 1 citroen
  • ongeveer 15 blaadjes munt

Instructies

  • Het maken van deze ijsjes in simpel. Doe alle ingrediënten in een blender en mix tot er geen stukjes watermeloen meer inzitten en de blaadjes munt fijn zijn.
  • Zorg er overigens voor dat je een watermeloen hebt waar geen pitjes meer inzitten of haal ze er met de hand uit.
  • Giet dan het mengsel in je ijsvormpjes en steek de stokjes erin. Zet de vorm minimaal 6 uur in de vriezer voordat je ze weer uit de vorm haalt.
  • Je kunt de ijsjes natuurlijk ook in een Zoku ijsmaker maken, dan zijn ze met ongeveer 7 minuten al klaar en kun je gelijk smullen.

Door Lian – Het lijkt net alsof ik alleen maar Amerikaanse recepten deel hier op het blog en misschien is dat ook wel zo. Tegenwoordig kunnen we de bagel echter ook niet meer wegdenken als broodje op de menukaart van verschillende lunchtentjes. Een bagel eet je eigenlijk altijd met roomkaas erop als basis, maar een simpel plakje kaas met een lik boter is net zo lekker op een bagel. Deze meergranen bagels passen in de huidige eetcultuur waarbij we toch graag brood met wat meer granen eten, zodat we ons minder schuldig hoeven te voelen over al die taartjes. 

Ik maakte de meergranen bagels met het broodmeel van Robèrt van Beckhoven die ik ook al besproken had in Foodnieuws #17. Ik vind het wel prettig dat er nu broodmeel in de supermarkt ligt. Gebruik namelijk geen broodmix voor deze bagels, want die mixen zijn meestal gemaakt voor de broodmachine zodat je alleen nog maar water hoeft toe te voegen. Broodmeel is gewoon een meel variant en om die reden moet je zelf nog alle overige ingrediënten toevoegen.

Meergranen bagels

Simpel maar érg lekker: meergranen bagels. Met roomkaas zijn ze erg lekker, maar je kunt ze natuurlijk met van alles beleggen!
Porties: 8 bagels

Ingrediënten

Instructies

  • Meng water en suiker in een kom en roer totdat de suiker is opgelost. Voeg de gist toe en laat dit een kleine 10 minuten staan.
  • In de kom van je standmixer doe je het meergranen meel en het zout. Nu het gist zijn tijd heeft gehad om te werken voeg je dit toe aan het meel en roer je dit door totdat je een kruimelig deeg krijgt. Kneed vervolgens tot een soepel deeg voor zo’n 10 minuten op een lage stand.
  • Haal het deeg uit de kom en vorm tot een bal. Vet de kom in met olie en plaats het deeg terug. Dek af met vershoudfolie en zet voor 2 uur weg op een warme plaats zodat het deeg kan rijzen.
  • Na twee uur haal je de het gerezen deeg uit de kom en verdeel je dit in twee gelijke stukken. De twee deeghelften verdeel je vervolgens in vier kleinere stukken. Draai van ieder stukje een balletje, druk het plat en maak vervolgens een gat door met beide duimen door het midden van het balletje heen te prikken. Verruim het gat zoveel mogelijk totdat de vorm in de buurt komt van een bagel. Laat 10 minuten rusten.
  • Terwijl de bagels rusten breng je een pan water aan de kook. Doe de bagels één voor één, of als de pan groot genoeg is met z’n tweeën, in het kokende water en laat minimaal 45 seconden tot maximaal één minuut in het kokende water drijven. Draai de bagel om en laat de andere kant net zo lang koken. Zodra beide kanten zijn gekookt plaats je de bagel op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk de natte bagels in met het losgeklopte ei en strooi hier de sesamzaadjes overheen. Plaats de bagels in een voorverwarmde oven op 220 °C (boven- en onderwarmte) en bak in 20 minuten goudbruin. Laat de meergranen bagels afkoelen op een rooster of serveer terwijl ze nog warm zijn.

Vroeger maakten we thuis vaak pindakaas koekjes. Ik weet nog dat het een ontzettend simpel recept was, maar verder dan dat kom ik helaas niet. Het recept kon ik niet meer vinden dus ik besloot zelf aan de slag te gaan. Ik wist ongeveer nog een beetje hoe het in elkaar zat en dus begon ik te experimenteren. Na een beetje puzzelen met de ingrediënten had ik een heerlijk deeg voor pindakaas koekjes. Iets steviger dan in mijn gedachten, maar dat werkte wel weer een stuk fijner. Het resultaat is heerlijk! De randjes zijn lekker bros terwijl ze in het midden nog zacht zijn. Dat is mijn favoriete combinatie in een koekje qua structuur.

Pindakaas koekjes

Ben je ook zo dol op pindakaas? Dan zullen deze pindakaas koekjes zeker weten in de smaak vallen. Ze zijn ook nog eens hartstikke eenvoudig te maken.
Porties: 24 koekjes

Ingrediënten

  • 150 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 170 gram pindakaas
  • 110 gram ongezouten roomboter
  • 1 ei (M)
  • 1 tl vanille extract
  • 270 gram bloem
  • 1 tl bakpoeder
  • snuf zout

Instructies

  • Klop in een kom suiker, pindakaas en boter romig. Voeg het ei en de vanille extract toe en mix tot deze zijn opgenomen.
  • Voeg bloem, bakpoeder en zout toe en kneed tot een mooi koekdeeg. Verpak het deeg in folie en laat een uurtje rusten in de koelkast.
  • Draai balletjes van het deeg en leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat. Met een vork druk je de balletjes deeg wat platter.
  • Bak de pindakaas koekjes in ongeveer 12 minuten op 180 °C (boven- en onderwarmte).

Door Lian – Is het al picknicktijd? Ik ga er wel vanuit. Terwijl ik dit artikel schrijf is het nog redelijk fris buiten. Ik maakte deze hapjes namelijk begin april al, aangezien ik op dit moment volop aan het genieten ben als kersverse moeder. Ik kan daarom niet oordelen hoe het weer nu is. Natuurlijk hoop ik op goed weer, want dat is de hele reden dat ik deze bladerdeeg sandwiches vandaag met jullie deel. Ik heb vaak dat ik nog wat plakjes bladerdeeg over heb en ik vind het zonde als ze uitdrogen in de vriezer. Daarom bedacht ik mij om er deze prachtige en kleine sandwichhapjes van te maken die perfect zijn voor een picknick. 

Aangezien Laura en ik beide dol zijn op Caprese salade werd die smaakcombinatie mijn uitgangspunt. Met een beetje lopende band werk heb je deze bladerdeeg sandwiches zo gemaakt en door de prikker blijven ze stevig en daardoor geschikt om te vervoeren. Ik weet zeker dat ze perfect zijn voor een picknick of high tea en dat men er niet vanaf kan blijven.

Bladerdeeg sandwiches

Deze lekkere bladerdeeg sandwiches zijn lekker makkelijk te maken en perfect voor picknick in het warme zomerse weer.
Porties: 9 personen

Ingrediënten

  • 3 plakjes bladerdeeg
  • 1 potje groene pesto (of maak het zelf)
  • 1 bol mozzarella
  • 9 plakjes kalkoenfilet voor op de boterham
  • cherrytomaten
  • basilicumblaadjes

Instructies

  • Verwarm de oven voor op 220 °C (boven- en onderwarmte). Neem de drie plakjes bladerdeeg en leg deze op elkaar. Bestuif je werkblad met een beetje bloem en rol de drie plakjes bladerdeeg uit tot ze weer dezelfde dikte hebben als 1 plakje.
  • Snijd met een scherp mesje de uitgerolde plak bladerdeeg in 9 gelijke vierkantjes en leg deze op een bakplaat of rooster met een vel bakpapier. Bak de bladerdeeg vierkantjes knapperig en goudbruin in 20-25 minuten.
  • Laat afkoelen. Je kunt deze bladerdeeg vierkantjes al een dag of avond eerder maken en ze afgekoeld in een luchtdichte trommel bewaren. Zo hoef je alleen nog de sandwiches te vullen op de dag zelf.
  • Met een scherp broodmes snijd je ieder bladerdeeg vierkantje voorzichtig doormidden. Zodra je de eerste aanzet hebt gedaan moeten ze in het midden al open zijn, zodat je ze alleen aan de randjes voorzichtig hoeft open te snijden.
  • Snijd de mozzarella in dunne plakken. Smeer op beide helften van de bladerdeeg sandwiches een laagje pesto. Vouw een plakje kalkoenfilet op en leg dit op de bodem. Leg hier een plakje mozzarella op. Leg de bovenkant van de bladerdeeg sandwich hierop.
  • Rijg een cherrytomaat en een basilicumblaadje aan een prikker en prik hiermee alle laagjes van de bladerdeeg sandwich vast.

Zo simpel is het om deze bladerdeeg sanwiches Caprese stijl te maken. Erg leuk om een keer niet met brood te werken, maar juist met overgebleven bladerdeeg.

Ik krijg in ieder geval spontaan zin om te gaan picknicken bij het zien van deze bladerdeeg sandwiches. Mocht het weer er dit weekend niet naar zijn, dan stel ik een high tea met vriendinnen voor. Laat het smaken en geniet van je weekend!

Door Lian – Wentelwafels, zo noem ik deze lekkernij inmiddels, maar niemand zal begrijpen wat ik daarmee bedoel. Daarom houden we het gewoon bij wafel wentelteefjes en dan zo geserveerd dat je het als ontbijt, lunch of dessert kunt eten. Ik maakte namelijk niet alleen de wentelteefjes, maar ook een heerlijke citroenmascarpone voor erbij. Ik ben oprecht blij met het resultaat, want het was een spontane ingeving nadat ik in een opwelling poedersuikerwafels had gekocht bij de supermarkt. Bah, wat waren die wafels een teleurstelling. Ik vond ze maar droog, dus daar moest ik iets op verzinnen. Zo ontstond het idee voor deze wafel wentelteefjes die veel beter smaken dan de droge wafel.

Wafel wentelteefjes met citroenmascarpone

Wist je dat je ook heel goed wentelteefjes kan maken met wafels? En de citroenmascarpone maakt het helemaal af. Een echte topper!
Porties: 3 of 6 porties

Ingrediënten

  • 1 pak poedersuikerwafels (6 stuks)
  • 4 eieren (M)
  • 2 flinke scheuten melk
  • 1 tl kaneel
  • 1 zakje vanillesuiker

Voor de vulling

  • 250 gram mascarpone
  • 2 el lemon curd
  • 125 gram verse frambozen
  • 125 gram verse blauwe bessen
  • beetje poedersuiker

Instructies

  • Doe in een kom de eieren, melk, kaneel en vanillesuiker. Roer met een garde door elkaar tot alles vermengd is.
  • Giet het eimengsel over in een diepe schaal of diep bord dat groot genoeg is voor de wafels.
  • Verhit een grote koekenpan met een klontje boter en doop de eerste wafel in het eimengsel. Draai na 20-30 seconden voorzichtig om, doe dit met een grote spatel of beide handen. De wafels worden zwaar en breekbaar door het opgenomen vocht.
  • Leg de wafel in de pan en doe hetzelfde voor een tweede wafel. Per keer kun je twee wafels in de pan bakken. Bak de wafel wentelteefjes gaar en goudbruin op middelmatig vuur. Iedere zijde heeft zo’n 1-2 minuten nodig.
  • Leg de wafels op een bord afgedekt met aluminiumfolie, zodat ze warm blijven terwijl je alle 6 de wafels bakt.
  • Doe de mascarpone in een kom en voeg hier de lemon curd aan toe. Mix stevig door tot je een gladde room hebt.
  • Neem een hele wafel of snijd een wafel diagonaal doormidden – afhankelijk van hoe groot je de portie wilt hebben – en beleg de bodem wafel met de room en een laagje frambozen en blauwe bessen.
  • Dek af met een tweede wafel of de andere helft van de wafel. Rijg een blauwe bes en framboos door een prikker en prik deze erin. Maak af met een beetje poedersuiker.

Ik heb persoonlijk geen specifieke reden nodig om deze wentelwafels, oh pardon, wafel wentelteefjes te maken, want ze smaken in mijn ogen ieder moment van de dag goed.

Doordeweeks zijn mijn ontbijt en lunch altijd vrij simpel. ’s Ochtends begin ik altijd met een kommetje yoghurt, fruit en cruesli.  Met de lunch varieer ik meestal wel iets meer, denk aan beschuitjes, crackers of een broodje als basis. Ook het beleg houd ik altijd eenvoudig. In het weekend daarentegen neem ik wel echt meer tijd, vooral voor de lunch. Ik woon praktisch naast de bakker en daar haal ik dus regelmatig lekkere broodjes voor de lunch. Vooral op de Italiaanse bol in hun assortiment ben ik gek, daar maak ik graag een lekkere lunch mee. Dit keer belegde ik mijn Italiaanse bol met geitenkaas en Parmaham.

Bij het beleggen van dit broodje testte ik de nieuwe Becel met walnootolie uit. Terwijl ik in Rome was, zat mijn zusje in mijn huis en zij heeft netjes alle ontvangen foodpost in de (koel)kast gezet. In mijn koelkast stond een stapeltje van drie nieuwe kuipjes Becel waar ik nieuwsgierig naar was. Het zijn 100% plantaardige spreads zonder conserveermiddelen (en daarmee dus ook lactosevrij) met toevoeging van verschillende soorten olie. De walnootolie dus, maar er zijn er ook nog twee varianten met kokos- en amandelolie en avocado- en limoenolie.

Stiekem was ik behoorlijk sceptisch, want is een smaakje nu echt wel nodig en belangrijker: proef je daar nog wel iets van terug als het beleg erop zit? Hoogste tijd om te testen dus! Ik deed dat al eerder in de week met een simpel belegd broodje (het was immers nog geen weekend 😉 ) en was verrast dat je de smaak daadwerkelijk subtiel bleef proeven. In het weekend pakte ik groter uit met een rijk belegd broodje.

Italiaanse bol met geitenkaas en Parmaham

Inspiratie nodig voor een lekker belegd broodje? Deze Italiaanse bol met geitenkaas en Parmaham is zeker een aanrader.
Porties: 1 broodje

Ingrediënten

  • Italiaanse bol
  • Becel met walnootolie
  • Parmaham
  • geitenkaas
  • zongedroogde tomaatjes
  • walnoten
  • rucola

Instructies

  • De bereiding is simpel en hoef ik jullie eigenlijk niet uit te leggen natuurlijk. Voor de vorm gaan we er in razendsnel tempo doorheen.
  • Snijd je broodje door en besmeer deze met Becel met walnootolie. Leg een plakje Parmaham op het broodje, gevolgd door geitenkaas. Gebruik hier zoveel van als je zelf wilt. Maak het af met wat zongedroogde tomaatjes, walnoten en rucola.
  • That’s it, je kunt aan tafel!

Mijn oordeel

En dan willen jullie nu natuurlijk weten of je die Becel met walnootolie ook echt nog proeft? Bij dit broodje minder dan bij mijn broodje met alleen hagelslag of een plakje kaas, daar zal ik heel eerlijk over zijn. Op zich niet heel gek omdat er een paar zeer uitgesproken smaken tussen zitten bij het beleg, maar bij een hap van de rand waar nog wat minder beleg zat proefde ik het wel weer terug. Als je dit smeersel echt voor de smaak wilt gebruiken, raad ik je aan het beleg iets simpeler en neutraler te houden of een dikkere laag op je brood te smeren.

Of misschien zelfs niet beleggen en gewoon zelf heerlijk brood bakken dat zo lekker is dat het weinig meer nodig heeft. Zo zou je de Becel met kokos- en amandelolie kunnen combineren met een zelfgebakken brioche. Degene met avocado- en limoenolie zou goed passen bij mijn recept voor het gemarmerd kaas-tomatenbrood. Mocht je nu ook nieuwsgierig zijn, dan zijn de nieuwe kuipjes van Becel al verkrijgbaar in de supermarkt, je vindt ze bij de andere Becel producten.

Wat is jouw favoriete broodje om mee te lunchen?

Dit artikel is in samenwerking met Becel gemaakt, lees mijn disclaimer voor meer informatie.

Het gebruiken van gist schrikt veel mensen af, gist betekent dat het deeg moet rijzen en dat vereist geduld en soms ook een beetje ervaring. Gist gebruiken we voornamelijk voor brood, maar vlaaibodems en sommige wafels maak je ook met een gistdeeg. Met gist kun je dus meer maken dan alleen maar brood.

Hoewel ik bijna altijd gedroogde gebruik, kun je ook gistdeeg maken met verse gist. Er zit echter wel verschil tussen droge en verse gist in de manier van bereiding, hoeveel je ervan nodig hebt en de verkrijgbaarheid van het product. Het is hierbij goed om te weten dat we met droge/gedroogde gist ‘instant gist’ bedoelen. Vandaag zal ik hier enige aandacht aan besteden en proberen duidelijk te maken wat precies het verschil is tussen de twee.

droge gist (instant gist)

hoeveelheid

Laten we beginnen met de hoeveelheid gist die je nodig hebt om mee te bakken. In het algemeen is een zakje droge gist van 7 gram voldoende voor 500 gram bloem. Maar lees altijd het recept om te weten hoeveel je precies nodig hebt. Maar nu rijst de vraag. Wat als een recept vraagt om verse gist en jij hebt alleen droge gist in huis. Kun je verse gist vervangen door droge gist en zo ja, hoeveel heb je dan nodig? Het antwoord is simpel. Je kunt verse gist vervangen door droge gist. De verhouding is 3:1, dat betekent dat je 3 gram verse gist vervangt door 1 gram droge gist.

bereiding

Droge of gedroogde gist is ontzettend makkelijk in gebruik en om die reden ook het meest bekend onder de thuisbakker. Omdat het zo makkelijk is noemt men het ook vaak ‘instant’ gist, het werkt namelijk direct. Het belangrijkste aan droge gist is dat je het niet hoeft op te lossen in vloeistof, ondanks dat vele recepten dit wel zullen benoemen. Je kunt droge gist dus direct toevoegen aan het bloem.

verkrijgbaarheid

Droge gist is zeer goed verkrijgbaar. Je vind het in kleine zakjes die per 7 gram verpakt zijn. Een supermarkt met een afdeling met bakproducten heeft ook altijd droge gist in het assortiment. Je vindt het vaak naast de bakpoeder- en vanillesuiker zakjes. Omdat droge gist goed verkrijgbaar is wordt dit ook het meeste gebruikt door mensen.

verse gist

hoeveelheid

Verse gist kun je in verschillende hoeveelheden kopen, maar als het in de supermarkt ligt is het vaak een klein blokje van zo’n 40 gram. Ook hier is het afhankelijk van het recept hoeveel je nodig hebt. Maar waarschijnlijk wil je graag weten of je droge gist kunt vervangen door verse gist. Alhoewel dit niet zo snel zal voorkomen, werkt het omrekenen natuurlijk ook andersom. De verhouding blijft hetzelfde alleen omgedraaid. Je gaat dus uit van 1:3, wat betekent dat je 1 gram droge gist vervangt door 3 gram verse gist. Let alleen wel op de bereiding, want daar kan, afhankelijk van het recept, verschil tussen zitten waar je dan rekening mee dient te houden.

bereiding

Verse gist heeft een andere bereiding nodig dan droge gist. Je zult het eerst moeten oplossen in een vloeistof. Ga geen extra vloeistof toevoegen aan het recept. Vaak zegt het recept dat je al iets van lauw water of lauwe melk aan het deeg moet toevoegen, hier verkruimel je de verse gist in en zorg je dat het is opgelost voordat je de bloem toevoegt. De meeste recepten die droge gist gebruiken zullen zeggen dat je het gist moet oplossen in water, dit hoeft eigenlijk niet maar dus wel als het om verse gist gaat. Zo zie je hoe de bereiding van verse gist nog steeds zichtbaar is in recepten die met droge gist werken.

verkrijgbaarheid

Verse gist is vaak iets minder goed verkrijgbaar. Het wordt meestal ook verkocht onder de naam bakkersgist. Daarnaast moet je verse gist niet zoeken bij de bakproducten. Omdat het een vers product is ligt het in de koeling. Waar het precies ligt verschilt weer per supermarkt. Ik zie het meestal liggen bij de gekoelde bakproducten, zoals croissantdeeg. Jammer genoeg zit verse gist niet in het assortiment van iedere supermarkt. Vraag een medewerker of ze verse gist -bakkersgist- in het assortiment hebben als je het niet kunt vinden.

Op zoek naar verse gist en je kunt het niet vinden in de supermarkt(en) bij jou in de buurt? Informeer dan eens bij de plaatselijke bakker of hij een beetje bakkersgist voor jou heeft.

Ik hoop dat je nu iets beter begrijpt wat het verschil is tussen droge en verse gist. Met beide producten kun je prima een gistdeeg maken. Het enige verschil zit ‘m dus in de bereiding, de hoeveelheid die je nodig hebt en de verkrijgbaarheid van het product. De werking is uiteindelijk hetzelfde.

Lekker experimenteren in de keuken vind ik het leukst om te doen. Nieuwe smaakcombinaties proberen, nieuwe materialen testen of gewoon een heel nieuw soort gebak maken. Wat ik ook leuk vind is het variëren op klassiekers. In dit geval wilde ik eens iets anders proberen met de klassieke MonChou taart. Normaal gesproken heb je geen oven nodig voor deze taart, maar ik was toch wel erg benieuwd wat er zou gebeuren als je het wel zou bakken. Dus dat ging ik doen en maakte deze mini MonChou galettes. Kon ik ook gelijk een nieuw galette recept proberen dat op mijn to do list stond. En mocht jij je nou ook afvragen hoe een gebakken MonChou taart smaakt; verschrikkelijk lekker. Ik had serieus niet verwacht dat het resultaat zo ontzettend lekker zou zijn.

Mini MonChou galettes

Deze mini MonChou galettes zijn ontzettend lekker en zijn zeker het uitproberen waard. De kleine gebakjes met MonChou zijn ook nog eens eenvoudig te maken.
Porties: 6 stuks

Ingrediënten

Deeg voor galettes

  • 200 gram bloem
  • 2 tl fijne kristalsuiker
  • snuf zout
  • 150 gram ongezouten roomboter
  • 2-4 el koud water

Vulling

  • 125 ml slagroom
  • 50 gram fijne kristalsuiker
  • 1 tl vanille extract
  • 100 gram MonChou
  • blik kersen vlaaivulling (hier heb je iets meer dan de helft voor nodig)

Afwerking

  • 1 ei (geklutst)
  • rietsuiker

Instructies

  • Begin met het maken van het deeg voor de galettes. Roer in een kom bloem, suiker en zout door elkaar. Voeg de boter in blokjes toe en kneed (met de hand of een mixer) tot een kruimelig deeg.
  • Voeg dan 2 eetlepels koud water toe en kneed tot een samenhangend deeg. Mocht het wat droog blijven kun je nog 1-2 eetlepels toevoegen. Verpak het deeg in folie en leg minstens een half uur in de koelkast.
  • Maak ondertussen de MonChou vulling. Klop in een kom de slagroom stijf. In een andere kom spatel je de suiker, vanille extract en MonChou rustig door elkaar. Voeg de slagroom toe aan het MonChou mengsel en mix dit op een lage stand (of gewoon met de spatel) door elkaar. Zet de vulling in de koelkast tot je hem nodig hebt.
  • Verdeel het deeg in 6 gelijke delen, draai elk stukje deeg tot een balletje. Druk het met de hand een klein beetje platter en rol vervolgens uit op een met bloem bestoven werkblad. Rol uit tot het deeg ongeveer 2-3 mm dik is. Leg elk stuk deeg vast op een met bakpapier beklede bakplaat (niet op elkaar).
  • Schep op elk lapje deeg 1-2 eetlepels van de MonChou vulling, smeer gelijkmatig uit maar houd de randen goed vrij. Schep ongeveer een eetlepel van de vlaaivulling op elk taartje en vouw de randen over de vulling naar binnen.
  • Smeer het deeg in met het geklutste eitje en strooi wat rietsuiker over de taartjes.
  • Bak de MonChou galettes in 15-18 minuten op 200 °C (boven- en onderwarmte).

Door Lian  – Moederdag en Pasen zijn voorbij, maar wij gaan gewoon door met het delen van lekkere ontbijtjes voor in het weekend. Deze omelet wraps met hüttenkäse – huttenkaas of cottage cheese – zijn verrassend fris van smaak en vullen voldoende zodat je het weekend vol energie kunt starten. Ik vind het altijd bijzonder hoeveel je met ei kunt maken. Een omelet is daar natuurlijk een goed voorbeeld van. Het idee om van een omelet een wrap te maken is natuurlijk niet nieuw. Wel is het een uitkomst voor mensen met een glutenallergie, aangezien er geen gluten in een omelet zitten. Waar je wel altijd rekening mee moet houden is dat een omelet een stuk minder stevig is dan een een tortilla en daardoor iets minder makkelijk om op te rollen.

Omelet wraps met hüttenkäse

Heerlijk als ontbijtje of als lunch: omelet wraps met hüttenkäse. Dit simpele (én glutenvrije) hapje zal het zeker weten goed doen op de feesttafel.
Porties: 3 personen

Ingrediënten

  • 2 eieren (M)
  • 1 scheut melk
  • 1 tl Italiaanse kruiden
  • flinterdun gesneden komkommerschijfjes
  • 200 gram hüttenkäse (cottage cheese)
  • peper en zout
  • 4 cherrytomaten

Instructies

  • Doe in een kom de eieren en voeg een scheut melk, de Italiaanse kruiden en een beetje peper en zout toe. Mix tot een luchtig omeletbeslag, er moet schuim ontstaan op de bovenkant van het eimengsel.
  • Doe in een klontje boter of een scheutje olijfolie in een koekenpan (26 cm) en verhit op hoog vuur. Zodra de pan heet is zet je het vuur wat lager.
  • Giet de helft van het omeletbeslag in de pan en draai een beetje rond totdat de hele bodem van de pan bedekt is. Draai het vuur naar een middel tot lage temperatuur. Zodra de bovenkant gestold is keer je de omelet om. Dit kun je eventueel met behulp van een deksel doen om te voorkomen dat de omelet breekt. Bak nog even door tot beide zijden goudbruin gekleurd zijn.
  • Kiep de omelet op een bord of plank en herhaal dit proces voor de andere helft van het beslag.
  • Smeer iedere omelet in met ongeveer 100 gram van de hüttenkäse en verdeel de fijne komkommerschijfjes hierover. Breng verder op smaak met peper.
  • Rol nu heel voorzichtig de omelet wraps op en steek in beide helften van de wrap een prikker met een cherrytomaat in. Zo blijven de omelet wraps met hüttenkäse goed dicht zitten.
  • Snijd nu de omelet wraps met een scherp mes doormidden en serveer iedere helft aan één persoon of serveer twee helften, dus een hele wrap, aan één persoon.

Ik houd van tartelettes. Zowel om van te smullen als om te maken. Een paar recepten om zelf tartelettes te maken staan dan ook al online. Die maken jullie graag merk ik, maar over de bodem zelf krijg ik ook veel vragen. Daarom focussen we ons vandaag alleen even op die bodem. Een goed begin is immers het halve werk, dus ga ik jullie uitleggen hoe je goed begint. Ik gebruik zelf altijd een recept dat ik ooit kreeg tijdens een middag bij Petit Gateau. Die vind ik fijn werken en ook nog eens heel erg lekker.

Tartelettes

Met dit basisrecept maak jij de lekkerste tartelettes. Met de vulling kun je heerlijk variëren en experimenteren.
Porties: 10 tartelette bodempjes

Ingrediënten

  • 200 gram bloem
  • 30 gram amandelmeel
  • 80 gram poedersuiker
  • snuf zout
  • 120 gram ongezouten roomboter
  • 30 gram losgeklopt ei (ongeveer twee derde van een ei)

Instructies

  • Doe bloem, amandelmeel, poedersuiker, zout en boter in een kom. Mix tot een kruimelig deeg.
  • Voeg het ei toe en kneed tot een mooi soepel deeg. Verpak het in folie en laat minstens een half uur rusten in de koelkast.
  • Bestuif je werkblad met bloem en rol het deeg uit tot 4-5 mm dikte. Neem een uitsteker die een paar maten groter is dan je bakringen (mijn bakringen zijn 8 cm in doorsnede). Steek een lapje deeg uit en bekleed je bakring hiermee. Snij de overtollige randjes deeg weg en plaats de ring met deeg op een met bakpapier beklede bakplaat. Prik gaatjes in de bodem.
  • Bak de tartelettes in 12-15 minuten op 170 °C (boven- en onderwarmte).

Bakken of niet?

Ik bak mijn tartellettes meestal eerst en vul ze daarna pas. In dat geval houd je bovenstaande beschrijving aan. Er zijn echter ook recepten (bij mij nog niet online) waarbij je de vulling al meebakt. Wat dacht je van een frangipane met wat andere fijne smaakmakers. Heerlijk!

In zo’n geval houd je de bereidingswijze aan in het recept van de tartelettes. Je kunt dus prima dit deeg als basis gebruiken, op het moment dat je de vulling maakt ga je dan verder met het andere recept.

Geen bakringen?

Mijn bakringen zijn van Bouwhuis en ze worden hier heel veel gebruikt. Ik kan het je dus zeker aanraden om ze aan te schaffen. Ik gebruikt ze zelf voornamelijk voor rondo’s en tartelettes, maar je kunt in weze allerlei soorten gebak in deze ringen maken.

Mocht je ze nu niet willen aanschaffen, dan kun je ook een cupcakevorm gebruiken. Het werkt minder prettig, maar het is op zich wel te doen. Ik zou wel een bakpapiertje op de bodem leggen voor de zekerheid zodat ze niet vast komen te zitten. Nog een optie is kleine taartvormpjes, daar kun je ook prima tartelettes in bakken.

Vullen

Een tartelette bodem is de basis voor zo’n beetje ieder mogelijk taartje. In mijn boek maakte ik heerlijke tartelettes met karamel en chocola. Op mijn blog vind je een heerlijk recept met kersenjam en ganache. Maar zomerse versies met room en vers fruit zijn ook heerlijk. Binnenkort deel ik een lekker recept met jullie voor een zomerse tartelette.

Eigenlijk kun je zo precies zo vullen als je zelf wilt. Mocht je wat inspiratie voor vullingen zoeken kun je natuurlijk altijd even een kijkje nemen bij deze recepten.

Waar zou jij je tartelettes mee vullen?